Stress en controle

Stress wil zeggen dat het organisme onder druk staat, moet presteren of overleven. Talrijke fysiologische systemen worden zodanig ingesteld dat prestatie geleverd kan worden. Stress kan dus heel positief zijn, zoals bijv. overleving in oorlogen en bij natuurrampen, bij sportinspanningen, maar ook gewoon in het dagelijks leven en op het werk. Deze stress kan je helpen om te focussen en om een goede prestatie neer te zetten die je voldoening geeft. Het stress-systeem biedt ons aanpassingsmogelijkheden als we meer of beter willen presteren dan wij normaal doen. Zo heeft iedereen wel eens stress op het werk, thuis of in het verkeer. Tijdelijk wat extra “druk op de ketel” verhoogt onze prestaties en is absoluut niet schadelijk.

Echter, stress kan zich ook tegen je keren. We weten dat stressklachten veel voorkomen. Iedere therapeut heeft er mee te maken. Bij langdurige (chronische) stress kan het lichaam niet meer tot rust komen en wordt herstel verhinderd (1). Ook komt stress voor in situaties waarbij het niet duidelijk is welke acties ondernomen moeten worden, het individu is machteloos, weet niet wat te doen. Bij deze negatieve stress is er een verlies aan controle over de situatie. Dan worden vele neurale systemen “op scherp” gezet. Zintuiglijke systemen sensitiseren, wat tot allerlei klachten kan leiden, o.a. pijn.  Vele andere lichamelijk klachten kunnen ontstaan, bijvoorbeeld verhoogde hartslag, gespannen spieren, veranderde spijsvertering en problemen met concentratie en onthouden. De praktijk leert dat deze klachten soms hardnekkig zijn en ernstige vormen kunnen aannemen.

Stress is een onderdeel van ieders dagelijks leven, maar kan dus, afhankelijk van de situatie, intensiteit en duur, positieve of negatieve gevolgen hebben.

Al in de 19e eeuw wordt er concreet gesproken over de fysieke impact van ontploffende granaten in de Amerikaanse burgeroorlog. Men spreekt over een “soldiers heart” bij soldaten die terugkwamen van het front en hartklachten ontwikkelden. Ondanks dat er rond 1871 al gepubliceerd werd over het fenomeen zenuwuitputting (2), werd dit probleem nog niet erkend als ziekte. Lijders aan zenuwuitputting werden als profiteurs en bedriegers gezien. In de 1e wereldoorlog werd de term “shell shock” gebruikt (3). De term werd gebruikt voor soldaten die lijden ‘aan de verschijnselen van hysterie met verschijnselen van verlamming en geheugenverlies’. Het leek erop dat ze een verschrikkelijke gebeurtenis steeds opnieuw beleefden. In augustus 1943 ontsloeg generaal Patton in Frankrijk tijdens de tweede wereldoorlog twee soldaten met shell shock en typeerde hen als lafaards. Men begon in plaats van shellshock steeds vaker de term ‘battle fatigue’ (oorlogsvermoeidheid) te gebruiken, waardoor er meer begrip ontstond voor soldaten met psychische en lichamelijke verschijnselen. Soldaten die in de oorlog gevochten hadden en veel stress hadden meegemaakt, konden maar met moeite het dagelijks leven thuis weer oppakken. Hen bleef de spanning achtervolgen. Tijdens en na de Vietnamoorlog (1955-1975) werd meer psychiatrisch onderzoek naar stress in oorlogssituaties gedaan en classificeerde men deze vanaf 1980 als ’posttraumatische stressstoornis’ (PTSS). Dit is de term die tegenwoordig ook wordt gebruikt wanneer er sprake is van chronische stress na traumatische gebeurtenissen. Vroeger werden mensen “lafaard” of “psychisch labiel” genoemd, nu zeggen we “ze hebben PTSS”. Naast oorlogssituaties kun je ook denken aan auto-ongevallen, verkrachtingen, incest, medische ingrepen, geweldplegingen en mishandeling. Deze stressklachten zijn eigenlijk een logisch gevolg van blootstelling aan de traumatische gebeurtenissen, als een reactie op externe prikkels gevolgd door een bepaald patroon van fysiologische reacties.

Toen de mens nog in de steppen leefden, moest hij hard kunnen rennen tijdens de jacht of snel kunnen vluchten als er gevaar dreigde. Hij moest ook scherp kunnen waarnemen, situaties goed kunnen inschatten en beslissingen nemen: psychische en fysieke stress gingen hand in hand (4). Maar door de nieuwe technologieën van de laatste eeuw blijven we zitten, zelfs als we met 100 km over de snelweg voortbewegen. Ook als je haast hebt en in een file staat, blijven we met adrenaline in ons lijf rustig zitten. Geen fysieke inspanning, maar wel mentale stress. En dan trachten wij ons te beheersen. Als we boos of gefrustreerd zijn, kunnen we tijdens een vergadering moeilijk iemand naar de keel vliegen, fysiek geweld aandoen of weglopen. Het vechten of vluchten doen we heel subtiel, met woorden en spanning in ons lijf, we houden onze emoties binnen en onderdrukken ons gevoel. Alcohol, drugs en andere verslavingen verdoven minder gewenste gevoelens. Deze geblokkeerde negatieve stress kan uiteindelijk leiden tot biologische ontregeling en tot lichamelijke stoornissen. Immers, het lichaam wordt ingesteld op actie, maar er komt geen fysieke actie. Een mooi voorbeeld hiervan is hyperventilatie: dat is vooral nuttig om de fysieke prestatie te vergroten (latere verzuring). Blijft fysieke actie uit dan ontstaat een alkalose waardoor de prikkelbaarheid van neuronen toeneemt. Krampen en pijn kunnen het gevolg zijn (5). Ons stresssysteem reageert alsof we nog in de steppen leven, ook al zitten we achter onze computer, vergaderen we of presenteren iets voor een grote groep.
Een therapeut kan een belangrijke rol spelen bij patiënten met stress-klachten. Op de eerste plaats komt uitleg: wat is het verschil tussen positieve en negatieve stress? Hoe kunnen we de situatie bij de patiënt zodanig “ombuigen” dat de stress verdwijnt of wordt omgezet in positieve stress is? Meerdere strategieën zijn mogelijk die bijdragen aan het positief omgaan met stress, zoals: het bevorderen van een gezonde leefstijl, zorgen voor een bevredigend familie- en sociaal leven en het vergroten van het gevoel van controle op situaties. De therapeut kan adviseren bij het herwinnen van de energiebalans die verstoord is, onder meer door dagelijks voldoende lichaamsbeweging (6). Het is belangrijk de situatie voor de patiënt weer behapbaar te maken en te zorgen dat het gevoel van machteloosheid vermindert. Hoe gaat iemand om met moeilijkheden of anders gezegd: wat is zijn coping-stijl? Het gaat om het stellen van haalbare doelen en het verhogen van de spankracht (7). Behulpzaam daarbij kan zijn om slaapgewoontes aan te passen en te bevorderen dat iemand zichzelf weer toe staat om te ontspannen, te herstellen, te luieren en te genieten. Therapeuten kunnen adviseren over leefstijl, lichaamsbeweging stimuleren en tegelijkertijd openstaan voor de verhalen die iemand wil delen.

De stress van alledag aan kunnen, wie wil dat niet?

Jorn Hogeweg, fysiotherapeut, neuropsycholoog, docent ITON

Literatuur

  1. Selye, Hans. (2013) Stress in health and disease. Butterworth-Heinemann.
  2. da Costa, J. M. (1871). ART. I.–On Irritable Heart; a Clinical Study of a Form of Functional Cardiac Disorder and its Consequences. The American Journal of the Medical Sciences (1827-1924)61(121), 17
  3. Myers, C. S. (1916). Contributions to the study of shell shock. The Lancet187(4829), 608-613.
  4. Harari, Y. N. (2018). Sapiens: A brief history of humankind. Random House.
  5. Cranenburgh, B. van (2018). Pijn vanuit een neurowetenschappelijk perspectief. BSL, Amsterdam.
  6. Scherder, Erik JA, et al. (2010) “The more physical inactivity, the more agitation in dementia.” International Psychogeriatrics8 (2010): 1203-1208.
  7. Van Houdenhove B. Herwin je veerkracht. Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn. Lannoo, 2009.
  8. Het septembernummer 2018 van het tijdschrift Physios heeft als thema Stress. Physios (2018) 10: 3.
Meer neuroweetjes