Plasticiteit als tegenkracht bij neurodegeneratieve aandoeningen

Dit onderwerp komt aan de orde tijdens de openingslezing door Ben van Cranenburgh op het multidisciplinaire MS- symposium, 18 december 2018 te Nieuwegein. Voor meer informatie zie: http://www.msms.nl/programma.html

Zo langzamerhand weten we dat het brein niet statisch is. De plasticiteit van de hersenen is een algemeen geaccepteerd feit en soms opmerkelijk. De linkerhand van de violist krijgt meer hersenschors in de rechter hemisfeer, de blinde ontwikkelt een Fingerspitzengefühl en leert Braille, idiots savant zijn zwakbegaafd maar munten soms uit in bepaalde vaardigheden (bijv. muziek, tekenen) en bij dementie bestaan soms eilanden van intacte functies. Fascinerend is dat tijdens het verloop van neurodegeneratieve aandoening soms zelfs bepaalde talenten extra benadrukt worden. Dat levert soms prachtige gedichten of schilderijen op.

Ook bij hersenbeschadiging (CVA, trauma) en bij neurodegeneratieve aandoeningen presenteert zich dus de plasticiteit van de hersenen: sommige CVA-patiënten herstellen goed, aan de ene kant doordat bepaalde plastische herstelmechanismen in gang gezet worden, aan de andere kant doordat intensief en gemotiveerd oefenen deze herstelprocessen optimaliseren.

Ook bij neurodegeneratieve ziekten komt de plasticiteit van het brein in actie. Er zijn als het ware twee krachten in het spel: de aandoening en de plastische tegenkracht. Zo is bij MS bekend dat na een demyelinisatie een remyelinisatie optreedt: de schade wordt gerepareerd, de stoornis verdwijnt geheel of gedeeltelijk (Tracy e.a. 2015). Uit onderzoek bij fitte 100-jarigen blijkt dat er zelfs mensen zijn die “pathologisch-anatomisch” Alzheimer hebben (plaques die blijken bij obductie) terwijl zij geen enkel teken van dementie vertonen (Perls 2004).

Dit lijkt wel analoog aan de situatie rond infectieziekten, waar ook twee krachten spelen: het micro-organisme als aanvaller en de weerstand/immuniteit als verdediger.  Het plastische brein is blijkbaar in staat andere hersengebieden in te zetten, omwegen te vormen of andere strategieën aan te leren om potentiele gevolgen van een aandoening het hoofd te bieden. De vraag blijft waarom dit bij die ene persoon goed lukt, terwijl bij een ander de ziekte “wint”. Dit is ongetwijfeld een kwestie van nature en nurture: genetische predispositie in combinatie met omgevingsinvloeden.

Dit alles levert een interessant perspectief, immers, in plaats van (vrijwel steeds vruchteloze) inspanningen gericht op het vinden van een therapie voor een aandoening (de pil tegen Alzheimer of MS), zouden we kunnen onderzoeken hoe wij die plastische tegenkracht kunnen maximaliseren. Op dit moment weten we dat we de plasticiteit van het brein positief kunnen beïnvloeden. De volgende relevante vragen dienen zich dan aan:

Kunnen we verklaren dat Stephen Hawking 40 jaar leefde met een ziekte die volgens de leerboeken binnen 5 jaar tot de dood leidt?

Loont het om patiënten met een beschadigd brein in een verrijkte omgeving te plaatsen? Kunnen we door veel te oefenen en gevarieerde ervaringen op te doen de plasticiteit hoog houden? Zo ja, hoe zouden we dan moeten oefenen en welke ervaringen werken het best?

Literatuur:

Perls, T.: Centenarians who avoid dementia. TINS 27, 2004.

Tracy, J. e.a. (eds.): Cognitive plasticity in neurologic disorders. Oxford Un. Pr. 2015.

Meer neuroweetjes