Bewegingen, ketens van reflexen?

In de wervende annonces van reflexintegratie therapieën wordt gesproken over de integratie van primitieve en primaire reflexen tot bewust en goed bewegen. Die integratie zou niet alleen het bewegen maar ook het leervermogen verbeteren en bovendien helpen de hersenen zich beter te ontwikkelen. Het blijven bestaan van ‘primitieve reflexen’ die er vóór de geboorte en in de eerste maanden na de geboorte zijn zouden de ontwikkeling van het optimale bewegen op latere leeftijd in de weg kunnen staan en bovendien bijverschijnselen als leerproblemen kunnen opwekken. Er zijn daarbij enkele misverstanden in het geding.

In de eerste plaats: ‘primitieve reflexen’ bestaan niet. Tijdens de ontwikkeling zijn het zenuwstelsel en de functies in elke leeftijdsfase steeds ingesteld op de eisen van de voortdurende veranderingen in de omgeving. Als voorbeeld. Kort na de geboorte is het drinken van moedermelk (of uit een fles) een voorwaarde voor het overleven. Het gedragspatroon bestaat uit zuigen van melk, terwijl het ademen doorgaat en dat wordt vergezeld van grijpbewegingen van de handjes om de borst of fles vast te houden. Het is een zeer complex gedrag dat deels al vóór de geboorte geoefend wordt (zoals in scans te zien valt). Om dit vroeg postnatale gedrag en andere vroeg optredende gedragingen (als de Moro reflex, de rooting response) als ‘primitieve reflexen’ te bestempelen gaat voorbij aan wat in de ‘ontwikkelingsneurologie’ in de afgelopen halve eeuw geanalyseerd is en duidelijk werd. Deze vroeg optredende gedragingen verdwijnen automatisch. Bij het begin van het eten van vast voedsel en het ophouden van de melkvloed stopt het complexe gedrag van borstzuigen zonder dat daarbij therapeutisch ingegrepen hoeft te worden. Ook is het interessant dat het borstzuigen zich überhaupt niet ontwikkelt als de (zeer prematuur) geboren baby met een sonde gevoed wordt.

Een tweede misvatting die speelt op de achtergrond van de integratie therapie is dat bewegingen aaneenschakelingen van reflexen zouden zijn en dat er in de therapie naar gestreefd dient te worden dat die reflexen goed geïntegreerd worden. De gedachte dat het bewegen en het gedrag in het algemeen de reactie is op stimuli van buiten (‘reflexen’) heeft een lange historie. In de achttiende eeuw werd verondersteld dat de hersenen werkten als een soort automaat. Later, in het begin van de 20e eeuw kreeg die gedachte zijn vervolg in het gedachtengoed van Pavlov en nog later van Skinner die stelden dat elk gedrag een reactie was op stimuli vanuit de omgeving. De Amerikaanse psychologie is een deel van de afgelopen eeuw gedomineerd geweest door deze theorie (’behaviorisme’). Er waren ook neurofysiologen die bijvoorbeeld het lopen als een keten van reflexen zagen. Rek van spieren in het ene been zou de aanspanning van de spieren in het andere been reflexmatig bewerkstelligen en bovendien automatisch de houdingsspieren aanspannen. Die gedachte bleek onhoudbaar.

Hoe is het dan wel? Bij elke beweging wordt vooraf een programma van bewegingen ingesteld met precies in de tijd gefaseerde aanspanningen van de honderden spieren die daarbij betrokken zijn. Voorafgaand aan een beweging zoals het optillen van een glas op de tafel worden niet alleen de arm en handspieren voorbereid om het glas te pakken met precies gedoseerde activeringen van de spier (om het glas niet fijn te knijpen) en ook worden spieren in de benen en in de rug voorbereid op het vooroverbuigen. In regeltechnische termen wordt dit feed forward control genoemd en daarbij spelen niet alleen diverse velden in de hersenschors een rol maar ook de kleine hersenen en de basale ganglia.

Spelen reflexen dan geen enkele rol? Jawel. Bij het staande blijven in de storm, bij het trappen in een punaise of bij andere onverwachte verstoringen in beweging of houding worden correcties uitgevoerd door reflexmatige bijstellingen in spierspanningen. Maar reflexen spelen geen rol bij de bewegingsplanning.

De wetenschappelijke basis voor de reflexintegratie therapie ontbreekt weliswaar maar dat laat onverlet dat het doelgericht aandacht geven aan kinderen met bewegingsstoornissen of andere beperkingen (‘hands on’) het kind altijd ten goede komt. De normale en afwijkende ontwikkeling van bewegingen wordt uitvoerig behandeld in de ITON-cursus Kinderneuropsychologie,  terwijl de neurofysiologische basis van het bewegen aan de orde komt in de ITON-cursus van Neuron tot Brein, Bewegen en Bewustzijn.

Meer neuroweetjes