Aangeboren of Niet Aangeboren

Er wordt in de kinderneuropsychologie en kinderneurologie onderscheid gemaakt tussen aangeboren hersenafwijkingen en niet-aangeboren hersenletsels (NAH). Strikt genomen zou ‘aangeboren’ betekenen: beperkingen ontstaan in de periode tot en met de geboorte en bij NAH een ontstaan ná de geboorte. Maar beperkingen als bijvoorbeeld CP na een perinatale hersenbeschadiging komen pas na ruim een jaar tot uiting (volgens de richtlijnen tot 16 maanden; growing into deficit). En (weer volgens de richtlijnen): tot de ‘niet aangeboren hersenletsels’ worden die beschadigingen gerekend die pas vanaf één jaar na de geboorte ontstaan. De vraag komt op of de geboorte een scheidslijn betekent voor de hersenontwikkeling of voor de consequenties van letsels. En, er is nog een probleem. Naast bovenbedoelde aanduiding van de periode vóór of na de geboorte wordt ‘aangeboren’ ook gebruikt in de zin van ‘genetisch bepaald’ (“dat agressieve van Piet heeft ie van zijn vader, dat is aangeboren”).

De laatste decennia is intensief onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de hersenen. De genen (het DNA en ook het RNA) leveren de blauwdruk voor de hersenontwikkeling en staan daarnaast onder invloed van factoren als stress, ondervoeding, alcohol, etc. Vanaf het allereerste begin speelt het zenuwstelsel een cruciale rol bij het regelen van de eigen ontwikkeling op basis van ‘nature and nurture’ en ook bij de controle van vitale functies. De geboorte vindt plaats op een moment dat de placenta niet langer voldoende bloed kan leveren voor de energie slurpende ontwikkeling van de hersenen en wanneer de schedel zo groot geworden is dat die nog maar net het geboortekanaal kan passeren. Het geboorteproces is een traumatisch gebeuren en niet geheel zonder risico’s (vooral bij een zeer premature geboorte) maar die geboorte markeert niet een bijzondere fase in de hersenontwikkeling.

Onderzoek van Heinz Prechtl  (1927 – 2014; zie foto) samen met obstetrici, kinderneurologen, neurofysiologen en psychologen leidde tot het inzicht dat de hersenen en het gedrag zich in één continue lijn ontwikkelen. Prechtl, was leerling van de Nobelprijswinnaar Konrad Lorenz. Lorenz was etholoog en observeerde diergedrag, Prechtl observeerde het gedrag van pasgeboren baby’s en peuters. Later, rond 1990 breidde dat veld zich uit naar observaties van foetussen vóór de geboorte via real time ultra-sound scans. Dat onderzoek en ook neuro-anatomisch onderzoek, dat aantoonde dat de hersenontwikkeling een continu proces is werden besproken in een internationaal symposium: ‘Continuity of Neural Functions from Prenatal to Postnatal Life’, georganiseerd door het Instituut voor Ontwikkelingsneurologie, UMCG, in Groningen.

De geboorte leidt weliswaar tot aanpassingen in de bloedsomloop en de volle zwaartekracht doet zich daarna gelden, maar dat heeft geen belangrijke consequenties voor de ontwikkelingsprocessen in de hersenen. ‘Aangeboren’, ‘niet-aangeboren’? Nee, in feite onzinnige definities. Het gaat om invloeden of beschadigingen die vroeger of later in de ontwikkeling plaats vinden. De ontwikkelingsfase bepaalt de consequenties voor de hersenontwikkeling en de reacties van het zenuwstelsel na hersenbeschadigingen (compensatieprocessen, neuroplasticiteit).

Bovenstaande is één van de kernelementen van de ITON-cursus Kinderneuropsychologie in de late herfst van 2020 (met social distancing). AG

Meer neuroweetjes